De Wildernis beleven
Wildernisgebieden kun je het hele jaar door bezoeken. Hoewel er in de winter minder bloeiende planten te zien zijn, zijn er vaak wel meer dieren actief en zijn ze ook makkelijker te zien omdat er geen blad aan de bomen en struiken zit. Ga ook eens bij regenachtig weer struinen: een bos kan erg lekker ruiken na een flinke zomerse bui. De Wildernisgebieden waar je mag struinen zijn ook 's avonds of 's nachts te bezoeken; probeer het eens uit!
Wildernisgebieden kunnen een 'oergevoel' in je opwekken. Probeer wat minder aan je dagelijkse beslommeringen te denken en richt je aandacht op je omgeving. Gebruik daarom al je zintuigen; geef je ogen goed de kost. Wees eens stil en luister goed: je hoort veel meer als je luistert. Probeer ook regelmatig bewust te ruiken. Er zijn vaak vele geuren tegelijk te ruiken; probeer ze maar eens uit elkaar te houden. Vergeet ook niet om met je handen, je wangen en je huid te voelen. Of ga eens met blote voeten over een zacht mostapijt of over gras lopen; het is een erg prettige ervaring.
Mensen zijn gewend om vaak met andere mensen op te trekken en dingen samen te doen. Ga daarom zo nu en dan ook eens alleen een wildernisgebied in, bij voorkeur op een doordeweekse dag. Dit geldt ook voor vrouwen; de kans op een onaangenaam treffen in de natuur is zo verwaarloosbaar klein dat je heel wat mist wanneer je je laat leiden door angstgevoelens. De wildernis ervaring kan nog intenser zijn als je alleen bent en niet wordt afgeleid door anderen. Wandel bijvoorbeeld een bos in en zoek een stil en mooi en enigzins verscholen plekje op, ga zitten en wacht maar af. Gebruik je zintuigen. Je ziet vogels vanzelf dichterbij komen, vlinders fladderen voorbij en een nieuwsgierige eekhoorn verlaat de boom om op de bosbodem rond te scharrelen.
Kortom; de wildernis beleven is vooral een kwestie van voelen