Print deze pagina

Wat is een Wildernisgebied?

Om natuurgebieden een eerlijke kans te geven om in aanmerking te komen voor de titel 'Wildernisgebied' worden niet al te strikte criteria gehanteerd; we leven tenslotte in een vrij dichtbevolkt land en bijna overal merk je wel iets van menselijke activiteit. Verstorende invloeden van verkeerslawaai, luchtverontreiniging en een (te) lage grondwaterstand zijn voorbeelden van negatieve factoren die dan ook niet altijd te vermijden zijn. Voorlopig zullen ze dan ook als een gegeven moeten worden beschouwd.

Streven naar zo min mogelijk ingrijpen

Het belangrijkste kenmerk van een 'Wildernisgebied' is dat het streven van de beheerders er op gericht is om zo min mogelijk in te grijpen in de natuur. De natuur mag in zo'n gebied zoveel mogelijk haar eigen gang gaan.

Als een zeldzame soort uit het gebied dreigt te verdwijnen, wordt er niet ingegrepen door de beheerders. Een voorbeeld: het zeldzame en beschermde insektenetende plantje vetblad dreigt uit een natuurgebied te verdwijnen. In een wildernisgebied wordt niet getuinierd door de beheerders dus het vetblad zal waarschijnlijk verdwijnen. Kortom: de natuurlijke processen hun gang laten gaan (procesnatuur) is in dergelijke gebieden belangrijker dan het behoud van bepaalde dier- of plantensoorten.

Eenmalige omvormingsmaatregelen

Beheermaatregelen als maaien, plaggen en aanplant vinden niet plaats in een wildernisgebied. Daarentegen kunnen eenmalige omvormingsmaatregelen geen kwaad zolang ze maar plaatsvinden in de beginfase van een wildernisgebied. Denk hierbij aan omvormingsmaatregelen als het omtrekken van bomen om open plekken in een voormalig productiebos te maken of het opnieuw uitgraven van een oude nevengeul van een rivier.

Begrazing met wilde paarden en runderen

Veel wildernisgebieden worden begraasd door nazaten van verdwenen wilde paarden en runderen, zoals konikpaarden en Schotse Hooglanders. Begrazing door deze zelfredzame dieren is een groot pluspunt omdat door het gegraas van de dieren er meer variatie in een natuurgebied ontstaat. Er zijn zelfs theorieën dat het oorspronkelijke landschap niet bestond uit een aangesloten, dicht oerbos maar eerder uit een savanne-achtig landschap. Door het gegraas van de grote grazers werd een half-open landschap gevormd van grazige weiden, doornige zoomvegetaties en stukken bos. Een dergelijk landschap levert een zeer diverse natuur op; rijk aan wilde planten, vlinders en vogels. Een belangrijke voorwaarde voor begrazing is wel dat die kuddes jaarrond, het hele jaar door, in het gebied blijven en dat ze dus (vrijwel) zonder hulp van de mens kunnen leven. Wandelen in gebieden met grazers kan prima, mits je je aan een paar regels houdt; zie Pas op!