Ongerepte-Natuur.nl

menu

Oernatuur of nieuwe wildernis?


Is er nog oernatuur in Nederland? Natuur die nog echt ongerept is, is er helaas niet meer in ons land. Met de kap van het Beekbergerwoud bij Apeldoorn in 1871, verdween het laatste, nog tamelijk ongeschonden restant oerbos dat daar al onafgebroken 8.000 jaar lang had gestaan. Oorsponkelijke wildernis is er dus niet meer in Nederland. Echter, sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw verschijnen er her en der in het land, nieuwe wildernissen. Organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en sommige provinciale Landschappen laten de natuur in bepaalde natuurgebieden weer haar eigen gang gaan. Door het teruggeven van landbouwgrond aan de natuur kunnen bestaande natuurgebieden worden uitgebreid en onderling met elkaar verbonden zodat plant en dier zich makkelijker kunnen verspreiden. In deze nieuwe natuur krijgen natuurlijke processen zoals storm, begrazing, overstromingen, het afsterven van bomen en het vergaan van dode dieren, weer de ruimte. Vooral in het rivierengebied zijn spectaculaire resultaten geboekt; de voormalige landbouwgronden op rijke kleigrond ontwikkelen zich zeer snel tot prachtige, nieuwe wildernisnatuur. Mede hierdoor zijn uit ons land verdwenen soorten als bever en zeearend weer teruggekeerd.

Wildernisnatuur in het rivierengebied, Gelderse Poort bij Nijmegen

Wildernisgebieden

Om nieuwe wildernissen en natuurgebieden met een wildernisachtig karakter op deze site te kunnen vermelden als wildernisgebied, worden niet al te strikte criteria gehanteerd. We leven tenslotte in een deels op de zee veroverd en dus kunstmatig land. Omdat ons land vrij dichtbevolkt is, merk je bijna overal wel iets van menselijke activiteit. Verstorende omgevingsinvloeden van verkeerslawaai, luchtverontreiniging en een te lage grondwaterstand zijn voorbeelden van negatieve factoren niet altijd te vermijden zijn. Voorlopig zullen ze dan ook als een gegeven moeten worden beschouwd.

Natuur zoveel mogelijk haar eigen gang laten gaan

In wildernisgebieden is het streven er op gericht om de natuur zoveel mogelijk haar eigen gang te laten gaan en dus zo min mogelijk in te grijpen. Indien bijvoorbeeld een zeldzame soort uit een wildernisgebied dreigt te verdwijnen, wordt er niet ingegrepen door de beheerders. Een voorbeeld: het zeldzame, insectenetende, vetblad dreigt te verdwijnen. In een wildernisgebied wordt niet getuinierd dus het vetblad zal waarschijnlijk verdwijnen. Kortom: de natuurlijke processen hun gang laten gaan (procesnatuur) is in dergelijke gebieden belangrijker dan het behoud van bepaalde dier- of plantensoorten.

Vlieland

Eenmalige ingrepen

Beheermaatregelen als maaien, plaggen en aanplant vinden niet plaats in een wildernisgebied. Daarentegen kunnen grootschalige, eenmalige ingrepen weinig kwaad zolang ze maar plaatsvinden in de beginfase van een wildernisgebied. Denk hierbij aan ingrijpende maatregelen als het omtrekken van bomen om open plekken in een voormalig productiebos te maken of het opnieuw uitgraven van een oude nevengeul van een rivier. Ook kunnen er bepaalde dier- en plantensoorten worden geïntroduceerd die niet op eigen kracht kunnen komen, of pas na een hele lange tijd.

Gelderse Poort

Begrazing met wilde paarden en runderen

Veel wildernisgebieden worden begraasd door nauwe verwanten van verdwenen wilde paarden en runderen, zoals konikpaarden, Schotse Hooglanders en Rode Geuzen. Begrazing door deze zelfredzame dieren is een groot pluspunt omdat door het gegraas van de dieren er meer variatie in een natuurgebied ontstaat. Er zijn zelfs theorieën dat het oorspronkelijke landschap niet zozeer een aaneengesloten, dicht oerbos was maar dat het eerder een meer savanne-achtig landschap was. Door het gegraas van de grote grazers wordt een half-open landschap gevormd van grazige weiden, doornige zoomvegetaties en stukken bos. Een dergelijk landschap levert een zeer diverse natuur op: rijk aan wilde planten, vlinders en vogels. Een belangrijke voorwaarde voor begrazing is wel dat de kuddes het hele jaar door, zomer en winter, in het gebied blijven en dat ze dus vrijwel zonder hulp van de mens kunnen leven. In kleine gebieden wordt de omvang van de daar veel kleinere kuddes bijgestuurd door de beheerders. In grotere gebieden daarentegen, zoals de Oostvaardersplassen en de Veluwezoom, bepaald met name het voedselaanbod, het aantal grote grazers dat er kan leven. Vooral in periodes dat er weinig voedsel voorhanden is, zoals aan het einde van de winter, treedt er vanzelf natuurlijke selectie op. Op zo'n moment zullen vooral de zwakkere dieren, die weinig reserves over hebben, het loodje leggen.

 

Nieuwsgierig geworden? Bekijk het overzicht met wildernisgebieden in Nederland. Wandelen in gebieden met grote grazers kan prima, mits je je aan een paar regels houdt; zie Pas op!

Kuddes zelfredzame runderen leven jaarrond in het Nationaal Park Drents-Friese Wold

naar top pagina