Toekomstvisie

Een toekomst voor wilde natuur – ook in Nederland

Deze website laat zien dat de wilde natuur van Nederland in potentie niet onder doet voor die van Afrika met aansprekende diersoorten als zeearend, edelhert, wolf, bruine beer en dwergvinvis. De website laat bovendien zien dat die wilde natuur vaak ongekend snel terugkeert als ze maar meer ruimte krijgt in Nederland.

© Stefan Pasma, Ongerepte-Natuur.nl
Vlieland

Hoeveel wildernis is er in Nederland?

Ongeveer 1% van het oppervlak van Nederland -dus exclusief buitenwater– bestaat uit nagenoeg zelfredzame, grootschalige wilde natuur. Het gaat dus om gebieden waar de natuur vrijwel haar eigen gang kan gaan, zonder nutsfuncties voor de mens. Dat is best wel bijzonder in een land als Nederland waar helaas vrijwel alle grond economisch benut wordt. De meeste van deze gebieden vallen onder de bescherming van Natura 2000. Een paar voorbeelden van de grotere gebieden waar de natuur nagenoeg haar eigen gang mag gaan: de Boschplaat op Terschelling, Rottumeroog en Rottumerplaat, Gelderse Poort, Oostvaardersplassen, Tiengemeten en delen van de Veluwezoom. Kijk hier voor landelijk overzicht van natuurgebieden waar de natuur haar gang mag gaan.

Die 1% wildernis is berekend op basis van het totale oppervlak op het land van het natuurtype grootschalige dynamische natuur (N01). Dit natuurtype bestaat uit vier zogenaamde beheertypen; één beheertype water, Zee- en wad (N01.01) en drie beheertypen op het land; Duin- en kwelderlandschap (N01.02), Rivier- en moeraslandschap (N01.03) en Zand- en kalklandschap (N01.04). Voor die 1% zijn dus alleen de drie beheertypen op het land opgeteld: samen ruim 400 km². NB: het oppervlak van Nederland exclusief buitenwater is 37.390 km²

NB: de 60 officiële bosreservaten (samen bijna 3.000 hectare) zijn overigens niet meegenomen in deze optelling. Bosreservaten -beschermde bossen zonder houtoogst- vallen onder de natuurtypen Vochtige bossen (N14) en Droge bossen (N15). De natuurtypen vochtige en droge bossen zijn helaas nogal breed omschreven natuurtypen waarbinnen natuurbossen en bosreservaten (beide zonder houtoogst) vallen maar ook bossen waar nog beperkt hout mag worden geoogst (maximaal 20% van het oppervlak van het bos). Afgezien van de meer natuurlijke vochtige en droge bossen (N14 en N15) zijn er nog bossen met productiefunctie (N16) en bossen met een cultuurhistorische functie zoals hakhout en parkbos (N17).

In 2013 kondigde Staatsbosbeheer aan om een tiental gebieden in Nederland geleidelijk te gaan ontwikkelen tot wildernisgebied door natuurlijke processen daar meer en meer de ruimte te gaan geven. Het gaat om: Gelderse Poort, Biesbosch, Hart van Drenthe, Lauwersmeer, Midden-Veluwe, Drents Friese Wold, Waddenzee, Maashorst, RivierPark Maasvallei en de Oostvaardersplassen. Staatsbosheer heeft ruim 2.700 km² grond in beheer waarvan ruim een derde bestaat uit bos. Staatsbosbeer beheert daarmee een kwart van al het bos in Nederland. De organisatie wil 1/3 deel van haar bos (ruim 350 km²) beschermen als natuurbos. In de bosvisie ‘Groeiende toekomst’ wordt beschreven dat het gaat om twee min of meer gelijke helften; een helft voor een boscollectie van kenmerkende natuurlijke bosecosystemen en de andere helft voor bossen in natuurlijke landschappen. Deze bossen kunnen beschouwd worden als wilde natuur, wildernis dus.

Wildernis ontbreekt in het natuurbeleid

In tegenstelling tot Duitsland heeft Nederland helaas nog geen rijksbeleid gericht op behoud en ontwikkeling van wildernis. Duitsland heeft als doel gesteld voor het jaar 2020 dat op tenminste 2% van het landoppervlak, wildernis natuur zich moet kunnen ontwikkelen. Ook in de Duitse nationale parken is er beleid gericht op meer wildernis. In de Duitse nationale parken moet straks op minimaal 75% van het oppervlak de natuur haar eigen gang kunnen gaan. Zie ook: Nationale parken 2.0 – Nationale parken kunnen een stuk natuurlijker.

Hoe doet Nederland het op het gebied van natuurbescherming?

Volgens het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties dat in 2010 werd afgesloten in Aichi (Japan) moet ieder land voor het jaar 2020, tenminste 17% van zijn land (inclusief binnenwater) en 10% van zijn zeegebied reserveren als beschermde natuur. De vraag is ook wat nu de definitie van beschermde natuur is. Is dat ook de natuur die valt onder het Nationaal Natuur Netwerk of tellen we alleen de natuur die valt onder het beter beschermde Natura 2000 netwerk? De Europese Unie is hier duidelijk over en hanteert uitsluitend Natura 2000 als beschermde natuur die mee telt voor het Biodiversiteitsverdrag. Europa als geheel voldoet voor het landoppervlak aan de Aichi doelstelling; 17,9% van het Europese landoppervlak is beschermd als Natura 2000. Volgens de Natura 2000-barometer van de Europese Commissie is maar 14,8% van Nederland beschermd als Natura 2000-gebied. Nederland komt dus nog zo’n 800 km² beschermde Natura 2000 natuur te kort. Die 800 km² komt overeen met een gebied ter grote van de Veluwe. Er zit nog een addertje onder het gras want er mogen in Natura 2000 gebieden, nog economische activiteiten plaatsvinden zoals bosbouw en visserij, mits dat niet ten koste gaat van waardevolle soorten en habitats. Natura 2000 natuur is dus zeker niet alleen wilde, ongerepte natuur. De Europese Commissie schat dat ongeveer 13% van het huidige Europese Natura 2000 areaal te kenmerken is als wildernis natuur. Dat komt dus neer op iets meer dan 2% van het landoppervlak van Europa. Zoals bij ‘Hoeveel wildernis is er in Nederland?’ vermeld heeft Nederland slechts de helft hiervan; 1% is wilde natuur.

Voor de zeenatuur geldt de 10% doelstelling van het Biodiversiteitsverdrag. Voor de bescherming van het Nederlandse deel van de Noordzee zijn we nog ver van huis: ‘op papier’ geniet 14% onze Noordzee een lichte vorm van bescherming maar momenteel is slechts 1% van de Noordzee beschermd tegen alle vormen van visserij. Het instellen van beschermde zeereservaten op de Noordzee, zonder windmolens, delfstoffenwinning en visserij, is daarom echt een must. Op de Waddenzee (geen onderdeel van de Noordzee, het is een buitenwater) is momenteel een beschermd gebied dat prima model zou kunnen staan voor zeereservaten op de Noordzee; het Referentiegebied in de Waddenzee.

© Stefan Pasma, Ongerepte-Natuur.nl
Gelderse Poort

Het belang van robuuste natuursnelwegen: vrij baan voor wilde dieren

Foto © Harm Botman / Bewerking: © Ulco Glimmerveen
Foto © Harm Botman / Bewerking: © Ulco Glimmerveen

Het is van groot belang dat de grotere natuurgebieden zoals de Veluwe en de Gelderse Poort, met elkaar worden verbonden door een netwerk van robuuste ‘wildlife corridors’ (natuursnelwegen) en ecoducten. Alleen dan kunnen ook grote dieren als edelhert, konik en wild zwijn veilig -en zonder enige belemmering- van het ene naar het andere natuurgebied trekken op zoek naar voedsel of soortgenoten. Een natuursnelweg is een robuuste verbindingszone van ongeveer één kilometer breed, begroeid met ruigte en spontaan gegroeid bos en soms ook met moeras en water. Juist in een dichtbevolkt land als het onze zijn robuuste natuursnelwegen een must voor wilde dieren. Om de veiligheid van wilde dieren te waarborgen maar óók om overlast van wilde dieren te voorkomen.

Het is belangrijk om robuuste verbindingen straks ook open te stellen voor alle dieren die in Nederland zelfstandig in het wild kunnen leven. Dat betekent dus niet alleen die verbindingszones openstellen voor wild zwijn en edelhert maar dus ook voor moeflon, wisent, Schotse Hooglander, Galloway, Tauros, konik, Exmoorpony, enzovoort. Het is onvermijdelijk dat met het koppelen van grote natuurgebieden, ook de verschillende zelfredzame runderrassen en paardenrassen elkaar straks zullen tegenkomen en onderling gaan kruisen. De natuurlijke selectie zal uiteindelijk zelf haar werk gaan doen. Lees meer over het ruim openstellen van robuuste verbindingen in deze twee discussies (1) en (2) in de Natuurmonumenten-groep op LinkedIn (2013, pdf’s).

Landbouwgrond teruggeven aan de natuur

Een natuursnelweg tussen twee natuurgebieden kan vrij eenvoudig gecreëerd worden door binnen de geplande groene corridor, landbouwgrond terug te geven aan de natuur. Onder invloed van water, grote grazers, wind en tijd kan daar in een tijdsbestek van nog geen tien jaar, een robuuste en gevarieerde natuur tot ontwikkeling komen. Prettige bijkomstigheid: door de natuur zoveel mogelijk zelf het werk te laten doen kan bij de inrichting van natuurcorridors veel geld bespaard worden. Een goed voorbeeld van het succesvol teruggeven van grond aan de natuur is de Gelderse Poort bij Nijmegen; zo’n 25 jaar geleden teruggegeven aan de natuur en wellicht nu al het wildste natuurgebied van Nederland.

Plan voor twaalf natuursnelwegen ligt stil

De plannen voor twaalf robuuste natuurverbindingszones zijn nog niet uitgevoerd maar voor de realisatie van dit ‘natuursnelwegen-net’, met een oppervlakte van 270 km2, is ongeveer 1% van de huidige landbouwgrond nodig (zie ook persbericht natuursnelwegen).

Het nog niet gerealiseerde natuursnelwegen-net (rode lijnen op de linker kaart), bestaande uit robuuste verbindingen, met stroken natuur van ongeveer één kilometer breed. Vergelijk dat eens met de rechter kaart van het autosnelwegennet dat een totale lengte heeft van bijna 2.400 kilometer

Robuust

Om het getal van 270 km2 wat tastbaarder te maken: het gaat om een strook landbouwgrond van circa één kilometer breed, van Groningen tot aan Maastricht, die moet worden teruggegeven aan de natuur. Het klinkt imposant, een robuust natuursnelwegen-net met een totale lengte van bijna 300 kilometer. Het gaat echter om nog geen 1% van alle landbouwgrond in Nederland.

Schets van deeltraject van het mogelijke tracé (oranje) van een natuursnelweg, ten zuiden van Doesburg. Het gaat om de natuursnelweg die de Veluwe met Duitsland verbindt. Landbouwpercelen worden teruggegeven aan de natuur maar woningen en erven blijven. Reeds bestaande natuur (groen) wordt onderdeel van het tracé. Bestaande en nog te bouwen ecoducten worden benut om drukke wegen en spoorlijnen te overbruggen.

Een Yellowstone National Park in Nederland?

Nederland heeft een zeer vruchtbare rivierdelta en dat biedt ook enorme potentie voor nieuwe, wilde natuur. Indien natuurgebieden robuuster en beter met elkaar verbonden worden, is er ook in het relatief dichtbevolkte Nederland ruimte voor natuur die zich al op korte termijn kan meten met de wilde natuur van de Serengeti of Yellowstone. Bekijk onderstaande trailer eens of lees het interview met Stefan Pasma, de maker van deze site, in Trouw: ‘Negen parken, robuust en wild’. Het interview is een pleidooi om van de huidige 20 kleine nationale parken tot 9 extra grote, XL nationale parken te komen. Ongetwijfeld zal dergelijke nieuwe, robuuste natuur ook veel bezoekers gaan trekken uit binnen- en buitenland.

Een prikkelende vraag

Tot slot werpt Stefan Pasma nog een prikkelende vraag op: “Nederlanders vinden het wereldwijd beschermen van tijgers, walvissen en oerwouden erg belangrijk maar wat zijn we bereid te doen voor de wilde natuur van ons eigen land?”

© Stefan Pasma, Ongerepte-Natuur.nl
Stamvoet van een woudreus. Veluwe